Veel kinderen in groep 4 lezen een tekst woord voor woord en nemen alles letterlijk. Wanneer er staat dat iemand zijn handen vol heeft, denken zij aan handen die echt gevuld zijn met spullen. Wanneer een tekst zegt dat iemand zijn hart vasthoudt, stellen zij zich een persoon voor die dat ook echt doet.
Dit lijkt misschien grappig, maar het laat zien hoe kinderen taal verwerken. Voor hen is taal vaak nog concreet en letterlijk. Begrijpend lezen vraagt echter dat zij leren omgaan met beeldspraak, figuurlijke taal en verborgen bedoelingen. Wanneer kinderen alles letterlijk nemen, missen zij soms de kern van de tekst. Daarom is het belangrijk om bewust woorden en zinnen te onderzoeken die niet letterlijk bedoeld zijn.
Er zijn meerdere redenen waarom kinderen in groep vier moeite hebben met figuurlijke taal.
Kinderen in groep vier begrijpen meestal concrete taal beter dan abstracte taal. Als een tekst vol staat met beeldspraak of spreekwoorden, kan dat verwarrend zijn.
Voorbeeld
“Tom kreeg het warm toen hij de klas binnenkwam.”
Een kind kan denken dat Tom het warm kreeg door de temperatuur, terwijl de tekst bedoelt dat Tom zenuwachtig was.
Figuurlijke taal leer je door ervaring. Veel kinderen kennen de uitdrukkingen nog niet die volwassenen normaal vinden.
Voorbeeld
“Ik denk dat de juf met haar verkeerde been uit bed is gestapt.”
Een kind kan zich dit letterlijk proberen voor te stellen en mist daardoor dat de zin betekent dat de juf chagrijnig is.
Jonge lezers maken tijdens het lezen beelden in hun hoofd. Als deze beelden niet kloppen met de bedoeling van de tekst, ontstaat verwarring.
Voorbeeld
“De wind speelde met de bladeren.”
Sommige kinderen zien echt een spelende wind, in plaats van bewegende bladeren.
Gelukkig is dit probleem goed aan te pakken met gerichte ondersteuning.
Wanneer je weet dat er in de tekst uitdrukkingen of beeldspraak staan, bespreek die dan voor het lezen.
Voorbeeld
De leerkracht zegt:
“In deze tekst staat dat iemand rood aanloopt. Dat betekent niet dat zijn hoofd echt rood wordt. Het betekent dat hij zich schaamt.”
Door hier vooraf aandacht aan te besteden, kunnen kinderen de tekst beter volgen.
Wanneer kinderen zinnen onderzoeken, gaan zij verder denken dan de letterlijke betekenis.
Voorbeeld
Schrijf op het bord:
“Hij voelde vlinders in zijn buik.”
Vraag kinderen:
“Kan dat echt”
“Wat zou de schrijver bedoelen”
Jonge lezers ontdekken op deze manier dat taal vaak meer betekent dan wat er staat.
Kinderen begrijpen figuurlijke taal beter wanneer het aansluit bij situaties die zij kennen.
Voorbeeld
“Stel dat ik zeg dat het regent pijpenstelen. Betekent dat dat er pijpen uit de lucht vallen of betekent het dat het heel hard regent”
Wanneer kinderen deze situaties kunnen koppelen aan hun eigen ervaringen, onthouden zij de betekenis beter.
Tekenen dwingt kinderen om na te denken over wat een zin werkelijk betekent. Dit is een effectieve manier om onderscheid te maken tussen letterlijk en figuurlijk.
Voorbeeld
Geef kinderen twee zinnen:
“Piet heeft een olifantengeheugen.”
“De olifant loopt door het bos.”
De tweede zin tekenen zij letterlijk. De eerste zin laat hen nadenken over de figuurlijke betekenis.
Leg kinderen uit dat schrijvers woorden gebruiken om gevoelens, sfeer of spanning duidelijk te maken. Dit opent de deur naar diepere tekstbegrip.
Voorbeeld
“De schrijver zegt niet dat Sam bang was, maar dat zijn hart sneller ging kloppen. Dat is een manier om spanning te laten voelen.”
Wanneer leerlingen dit begrijpen, wordt figuurlijke taal minder verwarrend.
Kleine dagelijkse oefeningen helpen kinderen om figuurlijke taal sneller te herkennen.
Voorbeelden van korte oefeningen
Elke dag een nieuwe uitdrukking bespreken
Kinderen een zin laten kiezen die zij lastig vonden en er samen naar kijken
Een klasposter maken met figuurlijke taal uit recente teksten
Door regelmatig te oefenen, wordt figuurlijke taal steeds vertrouwder.
Kinderen in groep vier nemen teksten vaak letterlijk omdat hun taalontwikkeling nog volop in beweging is. Dat is geen probleem, maar een kans om hen te leren dieper na te denken over taal. Door figuurlijke taal te bespreken, samen te onderzoeken en concreet te maken, groeien kinderen in hun vermogen om tussen de regels door te lezen. Dit helpt weer bij de lvs-toetsen van Leerling in Beeld, IEP, Dia of Boom.
Wie jonge lezers helpt om de verborgen betekenis te ontdekken, legt een sterke basis voor leesvaardigheid, taalgevoel en tekstbegrip.