Veel ouders denken dat begrijpend lezen vooral gaat over stil lezen en vragen beantwoorden. Maar juist het praten over teksten maakt het verschil. Wanneer kinderen praten over wat zij lezen, ordenen zij hun gedachten, verdiepen zij hun begrip en leren zij woorden beter gebruiken. Zo voorkom je dat ze teksten te letterlijk nemen en draag je bij aan leesmotivatie.
Mondelinge taal is de brug tussen lezen en begrijpen. Door samen te praten over teksten help je je kind om de inhoud echt te verwerken.
Wanneer een kind leest, gebeurt er veel in het hoofd. Het maakt beelden, legt verbanden en roept gevoelens op. Maar jonge kinderen hebben hulp nodig om die gedachten onder woorden te brengen.
Door te praten:
leert je kind zijn gedachten te ordenen
ontdekt het of het de tekst echt begrepen heeft
krijgt het meer grip op nieuwe woorden
groeit het zelfvertrouwen om over teksten te praten
Een kind dat kan vertellen wat het gelezen heeft, begrijpt de tekst vaak beter dan een kind dat alleen stil leest.
Tijdens het lezen denkt je kind veel, maar dat denken is onzichtbaar. Door erover te praten, wordt het zichtbaar.
Voorbeeld
Je kind leest een verhaal en zegt daarna: “Het ging over een jongen.”
Door door te vragen help je het denken verdiepen: “Wat gebeurde er met die jongen?” en
“Waarom was dat belangrijk?”
Zo leert je kind dat lezen niet stopt bij de laatste zin, maar doorgaat in het gesprek.
Je hoeft geen juf of meester te zijn om goede leesgesprekken te voeren. Met simpele vragen kun je al veel bereiken.
Goede vragen zijn bijvoorbeeld:
Wat vond jij het leukste stuk?
Wat snapte je meteen?
Wat vond je lastig?
Wat zou jij anders doen dan de hoofdpersoon?
Deze vragen nodigen uit tot nadenken en vertellen, zonder dat het voelt als een toets.
Nieuwe woorden blijven beter hangen wanneer kinderen ze hardop gebruiken. Als je samen praat over een tekst, komen nieuwe woorden vanzelf terug in het gesprek.
Voorbeeld
In de tekst staat het woord ‘voorzichtig’. Je kunt vragen: “Wat betekent voorzichtig hier?” of
“Kun je een voorbeeld noemen van iets wat jij voorzichtig doet?”
Zo leert je kind het woord in verschillende situaties te gebruiken.
Je kunt je kind laten zien hoe jij zelf denkt tijdens het lezen of luisteren.
Voorbeeld
Zeg eens: “Ik denk dat dit spannend wordt, want hij gaat iets doen wat niet mag.”
Je kind hoort dan hoe een volwassene nadenkt over een tekst. Dat helpt om zelf ook meer te gaan nadenken tijdens het lezen.
Korte gesprekken zijn vaak effectiever dan lange uitleg. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn.
Ideeën:
Praat tijdens het eten kort over wat je kind heeft gelezen
Stel een vraag voordat je gaat slapen
Laat je kind in de auto vertellen waar zijn boek over gaat
Door lezen en praten te verbinden aan dagelijkse momenten, wordt het vanzelf een gewoonte.
Soms begrijpt een kind een tekst anders dan jij. Dat is geen probleem. Het gesprek is juist een kans om samen te ontdekken.
Voorbeeld
Je kind zegt iets dat niet klopt volgens jou. In plaats van te corrigeren kun je vragen: “Hoe kwam je op dat idee?”
Zo voelt je kind zich veilig om te praten en durft het zijn gedachten te delen.
Begrijpend lezen groeit niet alleen door lezen, maar vooral door praten. Door samen in gesprek te gaan over teksten help je je kind om gedachten te ordenen, woorden te oefenen en betekenis te geven aan wat het leest.
Van tekst naar gesprek is een kleine stap, maar het effect is groot. Met jouw aandacht en interesse bouw je mee aan het leesbegrip en het leesplezier van je kind.
Voorkom uitval op de basisschool. Bekijk de belangrijkste toetsen voor begrijpend lezen: Leerling in Beeld, IEP-toets, Dia-toets en Boom LVS-toets.